Over Cofena
Historiek
In 1945 werd door de Witte Paters van Afrika, gevestigd aan de Keizerstraat 25 in Antwerpen, het initiatief genomen tot oprichting van de concertorganisatie COFENA. Deze afkorting stond voor COmité voor FEesten ten voordele van Nieuw Afrika.
Het hoofddoel van dit initiatief was het concertleven in de naoorlogse periode nieuwe impulsen te geven en de missionaire werking van de Witte Paters financieel te ondersteunen.
Werking

Orkesten en ensembles, dirigenten en solisten van wereldfaam worden door COFENA uitgenodigd om in de Koningin Elisabethzaal van Antwerpen te concerteren voor een geïnteresseerd en enthousiast publiek. Tot op heden is COFENA haar hoofddoel trouw gebleven waardoor zij als concertorganisatie een unieke plaats bekleedt in het Antwerpse muziekleven. Door het uitnodigen van buitenlandse orkesten wordt, mede dankzij de verscheidene concertbureaus waarmee wordt samengewerkt, telkens het specifieke karakter van COFENA beklemtoond. De zes concerten die per seizoen worden georganiseerd, zijn dus een meerwaarde in het culturele leven van de Metropool.
Sedert 1996 treedt COFENA op als een zelfstandige vereniging (vzw) met eigen statuten en werd de naam COFENA omschreven als: COncerten en FEstiviteiten iN Antwerpen.
COFENA heeft een publiek dat houdt van de grote klassieke en romantische orkestwerken. COFENA staat open voor een actualisering van haar programma's, maar houdt wel degelijk rekening met de wensen van haar publiek.
Toekomst
Organisatorisch en artistiek staat COFENA sterk. Dankzij de medewerking en het enthousiasme van vakkundige en onbezoldigde vrijwilligers kan COFENA haar opdracht blijven vervullen. Toch moet jaarlijks gezocht worden naar het evenwicht tussen een hoogstaande programmering en de financiële haalbaarheid van het globale kostenplaatje. Om de gehele werking soepeler te laten verlopen, zou COFENA over een structurele sponsoring moeten kunnen beschikken (bijvoorbeeld voor 5 jaar).
Koningin Elisabethzaal: geschiedenis
In 1844 opende de Antwerpse Zoo haar deuren voor het publiek. Niet alleen de dieren en de tuin, maar ook het culturele aanbod was van belang. De 19e eeuwse burger had immers een voorliefde voor muziek en kon zich een feestelijk gebeuren als een dierentuin niet inbeelden zonder orkest. Op de kiosk speelden dan ook tijdens het zomerseizoen militaire muziekkapellen en vanaf 1857 werden ook harmonieconcerten in openlucht georganiseerd.
Het eigenlijke symfonische concertleven kon pas van start gaan toen de grote feestzaal in gebruik werd genomen in 1897, zodanig dat ook tijdens het winterseizoen een degelijk concertprogamma kon worden aangeboden. In de Marmeren Zaal (1897) werden kamerorkesten geprogrammeerd.
Van 1915 tot 1936 werden filmvoorstellingen, begeleid door orkest, georganiseerd in de grote feestzaal. Van 1932 tot aan WO II werden in het winterseizoen galabals en namiddag- en avondpartijen gepland in de Marmeren Zaal. Na de bevrijding maakten de Britse troepen van de grote feestzaal en Marmeren Zaal een dancing met 'the biggest dancefloor in Europe'.
Op 11 februari 1947 woedde een brand in de ontvangstruimte van de grote feestzaal, waardoor de achterzijde van de concertzaal flink beschadigd werd. In 1958 werd begonnen met ingrijpende renovatiewerken en in 1960 werden, op de plaats van de grote feestzaal, de huidige Koningin Elisabethzaal en Looszaal (inkomhal) ingehuldigd. De Marmeren Zaal en aanpalende Verlatzaal (met de monumentale trap die naar de Darwinzaal leidt) en Wintertuin werden in originele stijl behouden (bouwjaar 1897).
De Marmeren Zaal dankt haar naam aan de imposante zuilenrij in "brèche rosé" uit Noorwegen en wordt nog steeds gebruikt voor zowel feesten als kleine concerten en congressen.
De museumcollectie verhuisde in 1897 naar de verdieping boven de Marmeren zaal. Honderd jaar later besliste de directie deze collectie tijdelijk op te slaan en op 2 oktober 1997 werd de Darwinzaal plechtig ingehuldigd als congreszaal.